Maatregelen

1. Verbetering van het moederschapsverlof

Vandaag kunnen vrouwelijke zelfstandigen hun moederschapsverlof (8-9 weken) per week opnemen om
dit zo beter af stemmen op de economische realiteit van hun activiteit.
Het Plan voorziet enkele verbeteringen aan dit systeem dat al op veel bijval kan rekenen bij vrouwelijke
zelfstandigen:

- het aantal weken bevallingsverlof moet worden gegarandeerd, ook bij een vroeggeboorte
- idem bij laattijdige bevalling
- wekelijkse uitbetaling van de moederschapsuitkering
- verhoging van de wekelijkse moederschapsuitkering
- de toekenning van de moederschapsuitkering voor een periode van 8 weken garanderen, ongeacht de
duur van de stopzetting van de activiteit
- mogelijke verlenging van de duur van het verlof binnen het sociaal statuut en/of door middel van een
systeem van vrijwillige aanvullende privé-verzekering
- verlenging van het bevallingsverlof bij hospitalisatie van het kind
- vaderschapsverlof invoeren

2. Steun door middel van dienstencheques

Opdat ze zoveel mogelijk tijd zouden kunnen besteden aan hun baby, krijgen vrouwelijke zelfstandigen nu
105 dienstencheques voor allerlei huishoudelijke taken. Deze dienstencheques zijn, voor zij die het
wensen, al verkrijgbaar vanaf de dag volgend op de bevalling en moeten worden aangevraagd binnen de
15 weken volgend op de bevalling. Ook deze maatregel, die erg op prijs gesteld wordt, moet nog worden
versterkt door:

- een verhoging van het aantal dienstencheques
- het mogelijke gebruik ervan voor kinderopvang
- een langere gebruiksduur
- een verlenging van de aanvraagperiode voor dienstencheques
- de toekenning van dienstencheques bij adoptie

3. Mogelijkheid tot ouderschapsverlof

Vandaag kunnen enkel loontrekkenden ouderschapsverlof nemen. Het Plan voorziet voor de zelfstandigen
de mogelijkheid om voor een periode van drie maand, en met behoud van rechten, te worden vrijgesteld
van sociale bijdragen indien zij ouderschapsverlof willen opnemen.

Bij hospitalisatie van een kind of bij een zware behandeling zou het aantal vrijgestelde kwartalen kunnen
herbekeken worden en zou er overwogen kunnen worden een inactiviteitsvergoeding uit te keren.


4. Steun als het ergste zich voordoet

Ook wanneer zij te maken hebben met dramatische omstandigheden zoals het overlijden van een kind,
hebben zelfstandigen niet dezelfde rechten als de loontrekkenden. Daarom bevat dit Plan twee belangrijke
projecten:

- vrijstelling van betaling van sociale bijdragen en uitbetaling van een wekelijkse vergoeding voor elke
zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit stopzet om bij zijn/haar kind te kunnen zijn wanneer dit op
een eenheid voor palliatieve zorg verblijft
- de uitbetaling van een vergoeding naar aanleiding van het overlijden van een kind


5. Alle kinderen gelijk

Er bestaat vandaag nog steeds een verschil tussen de kinderbijslag voor het eerste kind van een
zelfstandige en het kind van een loontrekkende. Het leeuwendeel van dat verschil werd al weggenomen
tijdens deze legislatuur maar het Plan voorziet ook het laatste verschil weg te nemen.


6. Bijdragenverdeling binnen het koppel

Kinderen zijn meestal het gevolg van een keuze gemaakt door twee mensen. Toch zijn het meestal
vrouwen die minder gaan werken om voor de kinderen te zorgen. Vrouwen dragen bijgevolg in het
algemeen minder bij en lopen het gevaar kwetsbaarder te zijn op het vlak van sociale
zekerheidsuitkeringen.

De realisatie van een statuut voor de meewerkende echtgeno(o)t(e) en bepaalde
verdeelmechanismen met betrekking tot het pensioen bieden al een gedeeltelijke oplossing voor dit
probleem. Wanneer het tot een breuk of een scheiding komt, zijn beiden echter niet gelijk op
pensioenvlak.

Daarom is het aangewezen de mogelijkheid te voorzien om de rechten opgebouwd binnen
het koppel op vrijwillige basis op te splitsen wanneer één van de echtgenoten zijn/haar activiteit stopzet
om voor de kinderen te zorgen na de voorziene 8 weken bevallingsverlof.


7. Een vervangsysteem dat het mogelijk maakt de zelfstandige activiteit voort te zetten

Het idee erachter is eenvoudig: wanneer een zelfstandige zijn/haar activiteit om één of andere reden
stopzet, ervoor zorgen dat de onderneming kan blijven functioneren dankzij een vervanger. Het spreekt
voor zich dat een analyse van deze maatregel per sector vereist is, dat ook het concurrentiële aspect zal
moeten worden onderzocht en dat deze tijdelijke vervanging moet worden vastgelegd in een contract. De
ondernemer die de vervanging doet, kan een gepensioneerde zijn, of een helper of een zelfstandige in
bijberoep.


8. Aangepaste kindercrèches en kinderopvang

Het probleem van de kinderopvang vormt een ernstige belemmering voor het vrouwelijk
ondernemerschap. De kindercrèches zijn niet flexibel genoeg. Daarom moeten volgende
projecten worden gesteund:

  • legalisering van de thuisoppas
  • een forfaitaire fiscale aftrekbaarheid per dag en per kind voor de kosten gemaakt voor
  • opvang in familiekring
  • verhoging van de fiscale aftrekbaarheid voor de ouders
  • uitbreiding van de dienstencheques tot de kinderopvang
  • opwaardering van het statuut van de zelfstandige onthaalmoeders
  • oprichting van opvangstructuren die kinderopvang aanbieden op tijdstippen die
    beantwoorden aan de behoeftes van de zelfstandigen



9. Familio, een nieuw product van het Participatiefonds

Familio zou het nieuwe product van het Participatiefonds zijn dat personen met een project, die
begaan zijn met de opvoeding van hun kinderen, wil aanmoedigen door een bijkomende
financiering te verstrekken tegen gunstige voorwaarden.

Deze lening zou worden toegekend:

  • zonder waarborg
  • aan iedereen met gezinslast
  • met het oog op de oprichting van kleine ondernemingen
  • tegen een zeer gunstige intrestvoet

De begunstigden van Familio zouden daarnaast ook kunnen genieten van de begeleiding door
het Participatiefonds en van een specifieke begeleiding door een erkend netwerk van vrouwen.

 

10. Aandacht voor vrouwen die de draad weer oppikken

Opnieuw aan de slag gaan na een lange onderbreking, ondermeer voor de opvoeding van de kinderen, is
vaak een uitdaging van formaat. Maar al te vaak slagen vrouwen die « de draad weer oppikken » er niet
meer in een baan te vinden die aansluit op hun opleiding en zijn ze overgekwalificeerd voor het werk dat
ze doen. Het Familieplan wil daarom:

  • deze vrouwen opnieuw zin geven om te ondernemen en hen een evenwaardige toegang geven tot
    de opleidingen om zich als zelfstandige te vestigen
  • instrumenten creëren die hun verworven vaardigheden aanscherpen tijdens de onderbrekingsperiode


11. Bewust maken

Het blijkt dat vrouwen die over een sterke ondernemersgeest beschikken, vaak opteren voor sectoren die
minder vertrouwen inboezemen. Daarom wordt hen soms minder makkelijk krediet toegestaan.
Bewustmakingsacties zijn dus nodig:

  • bij banken en kredietinstellingen met bemiddeling van de kredietbemiddelaar
  • bij doelgroepen zoals de boekhouders, juristen, ondernemingsloketten


De bewustmaking gebeurt ook door een grotere erkenning van de verdiensten van vrouwelijke
ondernemers. Daarom:

  • moet er een « women friendly » label komen voor de bedrijven
  • moet een federale prijs in het leven worden geroepen voor de beste vrouwelijke bedrijfsleider met
    een bijzonder criterium dat betrekking heeft op het evenwicht tussen het beroeps- en gezinsleven.

Ten slotte kan de bewustmaking ook verlopen door zichzelf te identificeren met een erkend rolmodel. Het
Plan ligt in dezelfde lijn van de « small business act » van de Commissie en raadt aan op Belgisch niveau
een project in het leven te roepen dat bepaalde « success stories » in de kijker plaatst.


12. Vrouwelijke netwerken ondersteunen


Netwerken zijn ook voor vrouwen een onmisbaar gegeven bij de uitbouw van een zelfstandige activiteit.
De bestaande netwerken tonen aan dat deze voor vrouwelijke ondernemers een belangrijke bron zijn van
informatie en steun. Het Familieplan voor zelfstandigen voorziet in ondersteuning van deze netwerken,
vooral op financieel vlak.


13. Het mentorship aanmoedigen

Om vrouwen, die een zelfstandige activiteit willen opstarten, het vertrouwen te geven dat ze soms
missen, is een begeleiding « à la carte » door andere vrouwelijke mentors essentieel. Daarom is het
aangewezen:

  • een algemeen systeem van mentorship uit te werken en te ondersteunen via de erkende netwerken
  • een systeem van enkele aan te beiden uren van mentorship uit te werken in het kader van de
    erkenning van vrouwelijke netwerken voor de specifieke Familio-begeleiding (zie punt 9).

14. Een blik over onze grenzen

Het Plan wil analyseren hoe de verzoening tussen beroeps- en gezinsleven in de praktijk wordt aangepakt
in de andere Europese landen.